Bij een craniotomie wordt een opening in de schedel gemaakt, zodat
de neurochirurg toegang krijgt tot het operatiegebied.
Na de ingreep wordt dit luikje weer in de schedel geplaatst en stevig
vastgemaakt. Het luikje is na acht à tien weken weer vastgegroeid. De
wond zelf is na één tot twee weken dicht. Om het wondvocht en bloed
goed te kunnen afvoeren wordt vaak een drain in het wondgebied
achtergelaten. Deze wordt in principe de dag na de operatie verwijderd.
De opnamedag
Een of twee dagen voor de operatie wordt u opgenomen op de afdeling
neurochirurgie. Deze dagen heeft u een aantal gesprekken met
verschillende personen. U krijgt een gesprek met een verpleegkundige.
De co-assistent en de zaalarts kijken u lichamelijk na. Zij stellen vragen
over uw ziektegeschiedenis, persoonlijke gegevens en sociale omstandigheden.
De neurochirurg informeert u over de operatie en u kunt
vragen aan hem/haar stellen. In de middag komt de anesthesioloog bij
u langs. Hij/zij bespreekt met u de anesthesie (narcose) en de
pijnmedicatie na de operatie. Uitgebreide informatie over de anesthesie
kunt u lezen in de folder ‘anesthesie’. Daarnaast wordt nog bloedonderzoek
gedaan en worden er een hartfilmpje (ECG) en een longfoto
gemaakt.
Voorbereiding op de operatie
De verpleegkundige geeft uitleg over de narcose, de operatiekamer, de
verkoever (uitslaapkamer) en de medium care-afdeling. Als u dat op
prijs stelt, kunt u een kennismakingsbezoek brengen aan de medium
care-afdeling. In verband met de hygiëne op de operatiekamer, is het
belangrijk dat u de avond voor de operatie een douche neemt, nagellak
verwijdert en uw haren wast met betadine-shampoo tenzij er doppen
op uw hoofd zijn geplaatst. Het scheren van uw haren (geheel/
gedeeltelijk) gebeurt vlak voor de operatie op de operatiekamer en
onder narcose. Vanaf 24.00 uur moet u nuchter blijven, dat wil zeggen
dat u niet meer mag eten en drinken. U krijgt een klysma om obstipatie
tegen te gaan.
De operatiedag
De verpleegkundige wekt u op de dag van de operatie op tijd en de
laatste voorbereidingen vinden plaats. U krijgt een operatiehemd aan
en TED-kousen. Deze kousen verkleinen de kans op het ontstaan van
trombosebenen. U krijgt de door de anesthesioloog voorgeschreven
premedicatie om rustig te worden. Dit kan een tablet of een injectie
zijn. Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de
operatieafdeling waar de anesthesioloog de zorg voor u overneemt.
Na de operatie
Na de operatie verblijft u enige tijd op de verkoever. Daarna wordt u
naar de medium of intensive care-afdeling gebracht ter observatie. Op
deze afdelingen kan meer zorg en aandacht worden gegeven dan op de
verpleegafdeling en wordt u vaker gecontroleerd. De volgende dag gaat
u terug naar de afdeling. Na de operatie heeft de neurochirurg een
gesprek met uw partner of familie, waarin hij/zij het verloop van de
operatie vertelt. Natuurlijk vertelt hij/zij dit ook aan u wanneer u
eenmaal goed wakker bent. U heeft meestal een hoofdverband en
eventueel een drain; dit is een slangetje waaruit overtollig wondvocht
kan afvloeien. De drain blijft tot 24 uur na de operatie zitten en wordt
hierna verwijderd door een verpleegkundige. Na het verwijderen wordt
opnieuw een hoofdverband aangelegd. Heeft u geen drain, dan blijft
het hoofdverband 48 uur zitten. Na 48 uur wordt de wond gecontroleerd
en eventueel opnieuw verbonden. Het kan zijn dat u enige dagen na de
operatie lichte hoofdpijn heeft. Dit komt door wondpijn en/of vochtophoping,
die druk geeft in het hoofd. Dit kan goed behandeld worden
met paracetamol. Het infuus blijft tot ongeveer twee dagen na de
operatie zitten. Dit is afhankelijk van de medicatie die via het infuus
wordt gegeven en van het feit of u zelf weer voldoende drinkt.
Herstelperiode
In principe mag u de eerste dag na de operatie al uit bed. Indien u
slecht ter been bent, kan de fysiotherapeut u helpen bij het mobiliseren.
Als u voldoende bent opgeknapt, kunt u met ontslag of wordt u overgeplaatst
naar uw eigen ziekenhuis om daar verder te herstellen. Bij een
goede wondgenezing kunnen de hechtingen op de zevende dag worden
verwijderd.
Veel voorkomende klachten of problemen na een hersenoperatie
Door uw ziekte kan er tijdelijk of blijvend hersenletsel zijn opgetreden.
Dit kunnen verlies van functies van een arm of been zijn, stoornissen in
taal en spraak (afasie) of gezichtsvelduitval. U kunt problemen hebben
in het denken zoals aandachts- en concentratieproblemen, geheugenproblemen
en/of planningsproblemen. In dat geval krijgt u paramedische
hulp zoals fysiotherapie, ergotherapie of logopedie. Ook kunnen er
veranderingen optreden in uw gedrag en emoties zoals prikkelbaarheid,
emotionele labiliteit of initiatiefverlies. U en de mensen in uw directe
omgeving zullen moeten leren hiermee om te gaan. De verpleegkundige
ondersteunt u en uw directe naaste hierbij gedurende de opname.
Nazorg
Thuissituatie
In de periode na uw ontslag uit het ziekenhuis tot aan de eerste poliklinische
controle is het van belang dat u weet wat u wel en niet mag.
Hieronder volgt een aantal richtlijnen en adviezen ten aanzien van
eventuele problemen.
Leefregels
Ontslag uit het ziekenhuis betekent nog niet dat u volledig bent hersteld.
Allereerst zult u weer op krachten moeten komen. Een belangrijke
regel is een regelmatig leefpatroon en goed luisteren naar uw
lichaam; het nemen van extra rust is daarbij belangrijk. Na verloop van
tijd weer lichte werkzaamheden uitvoeren, werkt vaak positief. Echter,
het is verstandig het weer uitoefenen van uw beroep of werk uit te stellen
tot na de eerste poliklinische controle. Uw behandelend arts zal dan
ook met u bespreken dat u pas na zes maanden weer mag autorijden.
U kunt uw conditie rustig opbouwen door bijvoorbeeld te wandelen,
fietsen en (onder begeleiding) te zwemmen. Alle andere sporten
worden in deze fase nog afgeraden. Ook een bezoek aan de sauna wordt
de eerste zes weken afgeraden. Wat seksuele gemeenschap betreft zijn
er geen beperkingen. Mocht u op vakantie willen voor de eerste
poliklinische controle, overleg dit dan eerst met uw behandelend arts.
Mogelijke klachten thuis
Voordat u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, geeft de zaalarts u informatie
over klachten die kunnen optreden als gevolg van de operatie.
Vermoeidheid is een veel voorkomend verschijnsel na een grote
operatie of een intensieve behandeling en kan soms lang aanhouden.
Vermoeidheid geeft aan dat het lichaam behoefte heeft aan rust. Het is
belangrijk dat u hieraan toegeeft. Bij klachten zoals toename van hoofdpijn,
traagheid, toenemende bewegingsstoornissen of gevoelsstoornissen
en veronderstelde bijwerkingen van medicijnen, raden wij u aan contact
op te nemen met uw huisarts. Deze kan desgewenst contact opnemen
met uw behandelend arts in het ziekenhuis. Indien er problemen ontstaan
met de wondgenezing (roodheid, zwelling of vocht uit de wond)
dient u contact op te nemen met uw behandelend arts in het ziekenhuis.